Back to top

SEO uitgeklaard: de do’s en don’ts

SEO is constant veranderlijk. Soms weet je als ondernemer niet meer waar je hoofd staat. Laten we die hersenspinsels dus even ontwarren. We gaan aan de slag met een duidelijke checklist van do’s en dont’s. Je krijgt zwart op wit tijdloze SEO-basics op een rijtje, maar we houden je ook up to date van de laatste trends en Google-algoritmes. Tijd om knopen door te hakken!

DO: “Ik zet in op lokale SEO.”

Score! Google is de nieuwe Gouden Gids. Volgens het “State of Local SEO Industry Report 2019” van Moz, gaat 64% van de ondervraagde marketeers akkoord met het feit dat Google de nieuwe homepage voor lokale ondernemers is. Google vertoont meer directe informatie over een bedrijf in de zoekresultaten dan ooit tevoren, zeker sinds de invoering van Google Pigeon. Voor lokale ondernemers is het dus hoog tijd om hun lot zelf in handen te nemen. Ze kunnen makkelijk aan visibiliteit winnen als ze hun adres, beschrijving en openingsuren vindbaar maken voor zoekmachines.

DON’T: “Ik boost mijn SEO door dezelfde keywords op zoveel mogelijk pagina’s te gebruiken.”

Deze uitspraak was misschien correct in 2009, toen iedereen nog BlackBerries had en Britney Spears vanboven in de hitlijsten stond, maar tegenwoordig herkent Google ‘keyword stuffing’. Veel keywords gebruiken is geen probleem, maar variëren is de boodschap. Terwijl men vroeger tien tot twintig vaste keywords bedacht voor een business, zijn er nu honderden of duizenden ‘longtail’ varianten het beter doen. Dat komt omdat mensen meer zoeken op zinnen dan op woorden, bijvoorbeeld door de zoektermen in te spreken. Keywords veranderen ook nog eens op basis van locatie. Zo kan je inzetten op verschillende regio’s of één locatie specifiëren. Conclusie: we moeten inzetten op meer diverse en lange keywords.

DO: “Voice search”

Welkom in de wereld waarin iedereen tegen zijn smartphone praat. Miljoenen mensen hebben de afgelopen jaren voice search getest én goedgekeurd. Denk maar aan al die personen die luidkeels op straat op zoek gaan naar de dichtstbijzijnde pizzeria. Gevolg:  tegen 2020 zullen 50 procent van alle zoekopdrachten ingesproken zijn. Content marketeers zouden dus best voice-ready content creëren om het zo makkelijk mogelijk te maken voor Google en de eindgebruiker.

DON’T: “Ik heb geen mobiele optimalisatiestrategie nodig.”

Desktop down, mobiel in de lift. Mobielvriendelijkheid zal prioriteit blijven voor Google om jouw website te beoordelen, want ongeveer 60 procent van alle zoekopdrachten gebeurt op een smartphone. Google legt nu de nadruk op mobiel indexeren: “Aangezien de meerderheid van de webgebruikers Googlet op zijn of haar mobiel toestel, zal de indexatie vooral de mobiele versie van een pagina gebruiken. We creëren geen aparte mobile-first index. We blijven slechts één index gebruiken,” zegt Google.

DO: “Video is de toekomst.”

YouTube is bijna een synoniem van SEO: het is de tweede grootste zoekmachine ter wereld en je kan zomaar originele content aan iedereen tonen. Het perfecte platform voor advertainment dus. Hier is alvast een starterspakket van toepassingen om beter gezien te worden op Youtube:

  • videotitels en -beschrijvingen;

  • categorieën en tags;

  • SRT-files;

  • video thumbnails.

DON’T: “Ik ben efficiënt: zoveel mogelijk linkbuilding, zo weinig mogelijk content.”

Linkbuilding is tweerichtingsverkeer: er zijn inbound links en outbound links. Dat is eigenlijk zoals geven en nemen.

Nog niet helemaal mee met het principe? Hier is een crash course linkbuilding:

De meest waardevolle links zijn backlinks of inbound links, die andere webpagina’s naar de jouwe linken. Deze verwijzingen kunnen van externe websites komen, maar er zijn ook interne links; bijvoorbeeld een link op je homepagina, die verwijst naar je dienstenpagina. Het principe bij inbound links is dit: hoe meer links er naar jouw webpagina verwijzen, hoe belangrijker Google deze pagina aanschouwt.
Verder zijn er outbound links: je kan zelf linken naar een andere, externe website, om bijvoorbeeld een blogpost aan te vullen met extra informatie over een bepaald onderwerp. Google herkent relevante websites, dus dit is zeker een pluspunt.

Dat brengt ons regelrecht naar de boodschap waar het om draait: Hoe minder diverse content je creëert, hoe minder andere websites nuttige links kunnen bouwen naar jouw website en andersom. Een link moet relevant blijven natuurlijk. Bovendien kan je ook maar weinig interne links bouwen dan. Logisch toch?

Helaas wordt er in beide richtingen nogal vaak ‘gespamt’, door te veel naar éénzelfde pagina te linken bijvoorbeeld. Dit kan voorvallen wanneer hiervoor betaald is geweest. Een ander voorbeeld is een inhoudsloze blog die vol staat met links om beter te ‘ranken’. In sommige gevallen straft Google meteen en wordt je verwijderd uit hun query. Conclusie: linkbuilding zonder relevante en diverse content is zoals door het oranje rijden. Je komt er waarschijnlijk mee weg, maar slaapt niet op beide oren.

DO: “Ik geef elke afbeelding zorgvuldig een naam.”

Scoren met afbeeldingstitels is ‘low hanging fruit’. Het is in één-twee-drie gebeurd en heeft alleen maar voordelen. Het zit zo: zoekmachines hebben geen ogen en kunnen dus geen afbeeldingen op websites zien. Daarom is het belangrijk om de afbeelding een alt-tekst te geven en een relevante bestandsnaam. Zo zorg je ervoor dat Google weet waarover de afbeelding gaat. Dat levert je dan weer goede punten op.

Extra tip: je helpt Google als de tekst op je pagina ook de afbeelding vermeldt (als een soort aankondiging). 

Nog een weetje in jouw voordeel: Google haalde in februari 2018 de ‘bekijk afbeelding’-knop weg, zo komen mensen vanaf nu meteen op je webpagina.

DON’T: “Ik moet zo hoog mogelijk scoren in de zoekresultaten.”

Hoog en droog? Dacht het niet. Er is een grote misvatting dat hoe hoger je staat in de Google zoekresultaten, hoe meer webverkeer je genereert. Webgebruikers zullen inderdaad zien of je op plaats één, twee of dertien staat. Maar dat wil niet zeggen dat je meer of minder kliks krijgt. 

Er zijn een paar goede redenen daarvoor. Stel dat je probeert om hoog in de zoekresultatenpagina’s te komen, maar je gebruikt keywords die niet relevant zijn voor jouw business. Gevolg: mensen zien meteen dat ze niet echt op zoek zijn naar jouw diensten. ‘Search intent’ is een belangrijk aspect bij dit onderwerp. Als je inzet op het woord ‘puppy’, maar je verkoopt eigenlijk hondenvoer en de zoeker wilt een puppy kopen, dan is dit geen match.

Nog een voorbeeld: je kan vanboven in de zoekresultaten staan, maar je meta description is niet aantrekkelijk of uitnodigend voor de gebruiker. Denk goed na over taalgebruik en tone of voice. Een meta description haalt tenslotte iemand over de streep als ze moeten kiezen tussen verschillende websites.

DO: “Een goede bezoekerservaring is een must.”

User experience is nu belangrijker dan ooit voor Google. Een customer journey zou een zorgeloze ervaring moeten zijn. Eentje waarbij je vlotjes surft op websites die snel, functioneel en to the point zijn. Tip: om je websites user experience te optimaliseren, kan je meer focussen op zaken zoals de laadtijd van een pagina, bounce rate, tijd op pagina, pagina views per bezoek en hoe ver iemand naar beneden scrolt op je pagina.

DON’T: “Mijn nieuwe website gaat live! Ik moet het aan Google vertellen.”

Geen zorgen: je moet Google niet meer bij het handje nemen. Zelfs wanneer je je website toevoegt aan de grote Google Index, levert het je geen enkel voordeel op. Waarom niet? Googles crawlers vinden je website vanzelf en zullen je webpagina’s hoe dan ook indexeren. Verloren tijd dus, laat het los.

DO: “Mijn homepagina is kort en bondig.”

Een eenvoudige homepagina is een quick win. De ideale homepagina zou net lang genoeg mogen zijn om duidelijk te maken wie je bent, wat je doet en waar je opereert. Het mag je USP meegeven en ook aanduiden wat bezoekers als volgende stap moeten doen. Deze bezoekers zouden tevreden, niet overdonderd en zeker niet verward je pagina moeten verlaten.

DON’T: “H1 is het meest belangrijke on-page element.”

Deze regel kunnen we alvast uit het grote Google handboek schrappen. Headings worden vaak gebruikt in functie van een bepaalde look, en Google weet dat. Daarom is het gebruik van H1 niet meer zo belangrijk voor je paginabeoordeling. De structuur weegt nu zwaarder door dan welke tag je juist gebruikt. Je kan bijvoorbeeld ook een H2 als titel nemen en daaropvolgend een H3-titel schrijven. Verder zorg je er best voor dat je belangrijkste concept bovenaan de pagina staat. Op die manier optimaliseer je de gebruikerservaring, want je vertelt meteen waar je pagina over gaat. 

DON’T: “Hoe meer pagina’s ik heb, hoe beter!”

Less is more, more or less. In het verleden draaide SEO om het manipuleren van data en keywords om hoger in zoekresultatenpagina’s te verschijnen. Zo werden er vaak meerdere pagina’s aangemaakt met ongeveer dezelfde content, waarbij slechts enkele keywords verschillen. Moderne SEO draait meer om kwaliteit dan om kwantiteit. In 2011 kwam Google Panda piepen: een algoritme dat webpagina’s met dezelfde content, niet indexeert. Andersom worden websites wel beloond wanneer ze relevante content aanbieden. We gooien dus onze content marketing om naar een strategie die behulpzaam is voor de gebruiker, niet voor onze cijfers.

Laat het ons gerust weten als je nog wat hulp kan gebruiken. Wij maken met plezier een SEO-analyse van jouw website.